De Daverende Druivenpluk

Voor Rynbende - Blijmoedig Maandblad, een reclameblad voor Rynbende's jenever, schreven in de jaren dertig tal van bekende schrijvers een bijdrage. De enige voorwaarde aan deze bijdragen was dat er alcoholische drank in voorkwam. Naar verluid werd een deel van het honorarium in natura (flessen jenever) uitbetaald. Onderstaande bijdrage, waarvan ik van Wouter Rijnbende van www.rynbende.com een kopie ontving, verscheen in december 1930, dus nog voordat de roman De Druivenplukkers uitkwam.  

(tekst volgt onder de afbeeldingen)

artikel De Daverende Druivenplukartikel -vervolg

De Daverende Druivenpluk

Ik herdenk altijd met weemoedige liefde den ouden onderwijzer, die mij in mijn jeugd tweemaal per week vermaande om toch vooral, wanneer ik groot zou zijn, "een ijverig arbeider te worden in den wijngaard des Heeren." Ik ben wel niet precies geworden wat hij bedoelde, maar zijn honderd maal per jaar herhaalde waarschuwing is uitgegroeid tot wat Freud heel geleerd een "infantiel complex" noemt: zoodat ik rust noch duur kon vinden, voor ik een echte, daverende druivenpluk had meegemaakt. En die oogstperiode is de glorietijd van mijn leven geworden.
Wie eenmaal druiven heeft geplukt, blijft jaren lang lijden aan droefgeestige herinneringen, die bij elke achterover-gedrukte flesch wijn heviger worden. Mee te helpen om wijn te maken, en onderwijl net zooveel te drinken als je wilt: en dat in den heftigen en toch weemoedigen herfst, onder de brandende zon van het Zuiden.....  is er iets verrukkelijkers te bedenken?

Druiven plukken en dragen is een droom, waarin alleen je lichaam werkt, terwijl je geest in verrukking boven de velden zweeft. Terwijl je plukt. bekijk je opgetogen je handen, die druipen van het sap, het vurig symbool van zon en zomer. Want in het roode druivensap zijn door een geheimzinnige hand de kleuren van de gouden zon en de donkerbruine aarde door elkaar gemengd. Druiven plukken is het vroolijkste werk, dat er bestaat. Denkt U soms, dat de arbeiders in de Fordfabrieken zingen terwijl zij een carburator of een versnellingsbak in elkaar prutsen! Geen schijn van kans: zij laten het zingen aan de brommende motoren en drijfriemen over. Maar in de wijngaarden is het enkel de wind, die het gezang der plukkers begeleidt en over de velden draagt.

Werk is meestal een straf en een benauwenis: maar in de wijngaarden is het een spel. Ik zal nooit het ogenblik vergeten, dat ik in de Durance-vallei voor het eerst de wijngaard inging waar ik weken gewerkt heb. Aan de rand van het glooiende veld stond een paard voor een kar een volle tobbe druiven leeg te vreten. Het met sap bedropen bit schommelde vuurrood naast zijn bek, die rood was van het schuim. Een donkere breedgeschouderde kerel kwam zingend op de kar toe Zijn naakt bovenlijf gloeide in de zon, zijn oogen brandden onder de rand van de gele stroozak, die hij als een beschuttende muts over nek en schedel droeg. Boven op de stroozak wiegelde losjes een tobbe met donkerpaarse druiven. Het had geregend, en de grond was vol greppels en kuilen. Maar toch droeg hij de zware last vrij op zijn nek, met zijn handen op zijn heupen, die lenig meewiegden met het wiegelen van de roode tobbe. En onderwijl zong hij, een wilde Spaanse fandango, met lange hooge uithalen, waarin sprake was van liefde en zonneschijn.

En 's avonds was het dezelfde Spanjaard, die, zoodra de houten tafel was afgeruimd, er bovenop sprong en aria's uit alle opera's ging zingen (behalve gelukkig die van Wagner). Zoo breed was zijn gebaar, dat hij telkens niet zijn knokken tegen den gekalkten muur sloeg; maar niemand lachte er om, en hij zelf merkte het met: het was de drift van een heftig volk, en van een verrukkelijk jaargetijde, die in zijn stem trilde.
Daarna kwamen de andere natiën aan de beurt, zelfs de twee verdwaalde Hollanders, die op een eigengemaakte melodie het onsterfelijk lied van Karel van de Woestijne uitgalmden:

Zou 'k dan geen glaasken mogen drinken?
Zou ik daarom een zatlap zijn?

.....
Om negen uur 's avonds rolde iedereen in het stroo, want 's morgens om zes uur werd er een ontbijt opgediend, waar een Hollandsche boerenknecht van achterover zou slaan: brood met uien, tomaten, bloedworst, spek, lamsvleesch en slakken. En midden op tafel stond de geweldige geglazuurde kruik met de kostelijke wijn van twee jaar terug, die geen seconde rust kende, maar van links naar rechts vloog, tot de twintig liter door twintig keelgaten verdwenen was.

En dan trok de troep zingend het veld in, met kletterende emmers, die boordevol geplukt worden, en dan uitgestort in de tobben. Er is geen heerlijker gezicht dan een tobbe vol met tot sap gespatte druiven, die in een kar omlaagregenen. Telkens wanneer zoo'n tobbe wordt leeggestort, vliegt het heerlijkst van het jaar, zon, zomer en herfst, in een ruk voorbij.

En dan te bedenken, dat er beschaafde staten zijn, waar zooiets officieel wordt geminacht! 't Is om er zelf van aan 't gisten te raken . . .

A. den Doolaard

Gerelateerd

De druivenplukkers
Gedistilleerde avonturen
Zwerftochten door Frankrijk

Lekhaven Rotterdam

Begin 1948 ging A. den Doolaard met zijn vrouw Wampie op skivakantie naar Tsjechoslowakije. Terwijl ze daar verbleven vond er in Praag een politieke omwenteling plaats, die A. den Doolaard na thuiskomst beschreef als de ommezwaai in Tsjechoslowakije.

Vanwege de slechte treinverbindingen zou zijn vrouw per vliegtuig naar Praag reizen, maar Bob den Doolaard had een ander idee: hij reisde als pasagier mee met een vrachtauto die door twee truckers van Rotterdam naar Praag werd gereden.

... of ik me de volgende dag aan de Lekhaven in Rotterdam wilde melden; de vrachtauto van een Leidse firma kon me meenemen. En of ik voor zes dagen mondkost wide zorgen. De rit duurde normaal drie dagen, maar soms brak er een as of zoiets; en in Duitsland kon je nog bijna nergens eten krijgen.

De keien van de Lekhaven dreunden van het proefdraaien der motoren. (...) Zodra de deur van de cabine met een klap achter me dichtging voelde ik me voor de eerste keer sinds jaren weer de zorgeloze landloper van vroeger.

Haven met (sleep)boten
foto: Lekhaven, Rotterdam (© Albert Koevoet, 2016)

Gerelateerd

Verslag van een vooroorlogs bezoek aan Praag
Op de koffie bij president Benes (1936)

Verslag Hoenderloo Fair

Op zaterdag 3 september 2016 werd de 2e Hoenderloo Fair gehouden, die helemaal in het teken stond van A. den Doolaard. Ik bezocht deze dag samen met mijn jongste dochter. Een deel van onderstaande foto's is door haar genomen.

Opening tentoonstelling - doorknippen lint
Opening van de A. den Doolaard tentoonstelling door Branda Spoelstra en wethouder Sandmann (foto: Robbert Modderkolk)

Poster met collage 'Beleef A. den Doolaard'

Opening en tentoonstelling

De opening werd verricht door de Apeldoornse wethouder Sandmann en Branda Spoelstra, de jongste dochter van A. den Doolaard. Hierna kon iedereen de tentoonstelling over A. den Doolaard in ’t Dorpshuus bezoeken. Bij deze tentoonstelling werden naast een aantal van eerdere tentoonstellingen bekende objecten van A. den Doolaard ook een aantal voor mij nieuwe zaken getoond, zoals een door hem bij een bergtocht gevonden bergkristal, een bewijs van inenting (het befaamde 'pokkenbriefje' dat hem de grens met Albanie overhielp?) en een reiskist met sticker van de Holland-Amerika Lijn waarmee de familie Spoelstra in de jaren vijftig de oceaan overstak aan boord van de SS Veendam.  

Verhalen en markt

In 't Dorpshuus werd door de verhalenvertellers van het Vertelgenootschap Apeldoorn enige keren een verhaal over A. den Doolaard verteld. 

mensen in muziektent
Opening van de Hoenderloo Fair

Steen met bergkristal
Steen met bergkristal

etiket Holland-Amerika Lijn
Etiket van de Holland-Amerika Lijn op bagagekist van de familie Spoelstra

Ondertussen werd de hele middag rond de muziektent een markt gehouden met regionale producten, eten en drinken, boeken en muziek. Ook was er voor de kinderen een heuse obstacle run van de Hoenderloo Run, en kon iedereen genieten van IJs van Co ('het lekkerste ijs van de Veluwe!').

Huifkartocht

uitzicht vanuit de huifkar
Roos op de bok tijdens de huifkartocht

Een tocht per huifkar leidde bezoekers van de Hoenderloo Fair langs een aantal plaatsen in Hoenderloo die verband houden met A. den Doolaard. Onder deskundige leiding van gids Arend Jetten werden de deelnemers langs onder andere langs de kleine Arcke, de Arcke en de begraafplaats achter de Heldringkerk geleid. Helaas lag de woning aan de Miggelenbergweg waar het gezin Spoelstra ruim 40 jaar gewoond heeft, iets te ver uit de route.

Houten huis
De Arcke, waar A. den Doolaard als kind een aantal malen heeft gelogeerd.

Bugatti

Hoenderloo was op 3 september ook het eindpunt van de HoenderRit, een autorally voor klassieke auto's. Door Anrik Rengers, die nu in het huis aan de Miggelenbergweg woont waar A. den Doolaard en zijn gezin meer dan 40 jaar hebben gewoond, werd ik gewezen op een wel heel speciale deelnemer aan de Hoenderrit. Hij wees me op een mooie oude Bugatti. Het zal toch niet de Bugatti zijn die A. den Doolaard ooit in de prak gereden heeft?

Blauwe Bugatti
De blauwe Bugatti

Verslag RTV Apeldoorn

RTV Apeldoorn deed verslag van de Hoenderloo fair en interviewde onder andere dochter Branda Spoelstra en kleindochter Sanderien de Jong. Klik op de afbeelding voor het verslag (YouTube).

Interview Branda en Sanderien
Branda en Sanderien

Op Hoenderloo.nl verscheen ook een verslag met foto's van de Hoenderlo fair en de Hoenderrit. Meer foto's hier.

Vervolgplannen Hoenderloo

Als alles doorgaat zal er over enige tijd een mini-museum in De Kleine Arcke komen met daarin aandacht voor A. den Doolaard. Bij het gebouw is alvast een informatiebord geplaatst met informatie over hem en zijn band met Hoenderloo. 

Houten huisje met bordje 'museum'
De Kleine Arcke

Ook gaf wethouder Sandmann in zijn openingswoord aan dat er zeker te praten is over een straatnaam voor A. den Doolaard, iets waar de organisatoren van de tentoonstelling op hadden gehint door het plaatsen van een straatnaambord op de tentoonstelling.

Straatnaambord van A. den Doolaardpad
Het straatnaambord op de tentoonstelling

Overigens heeft de gemeenteraad van Apeldoorn al in 2006 aangedrongen op het vernoemen van een straat of plein naar A. den Doolaard, maar dat is men op het gemeentehuis kennelijk alweer vergeten...

Hartelijk dank aan de organisatoren van deze Hoenderloo Fair (Ank van der Bilt, Oskar van Zuiden en alle anderen)!

Gerelateerd

Miggelenbergweg 51 Hoenderloo
Veluwe
Tentoonstelling Apeldoorn 2014
Tentoonstelling Rijswijk 2008
Monument in Ohrid, Macedonië
Tentoonstelling Apeldoorn 2006

Veluwe

In 1988 verscheen in een oplage van 120 exemplaren 'Veluwe', een uitgave van Gelderland in proza, poëzie en prenten, met een prent van Paulien Wittenbrood en tekst van A. den Doolaard. Hierin beschreef A. den Doolaard zijn band met Hoenderloo, die ontstond toen hij als kind logeerde bij de familie van Rossum in De Arcke.

Hieronder de intergrale tekst van deze uitgave

Elke keer wanneer de trein vanuit de Randstad voorbij het station Amersfoort wegkrult in oostelijke richting overvalt mij hetzelfde geluksgevoel. Dadelijk begint het andere Nederland, waarin niet langer de lineaal overheerst maar de kurve waaraan de natuur nog altijd de voorkeur geeft. Niet dat de Veluwe nog puur natuur is, maar toch liggen hier in een overnijver land dat zelfs in steden naar aardgas boort de laatste woeste gebieden, die ik na een heel leven zwerven door wezenlijke wildernissen en bergparadijzen ben gaan beminnen om hun eenzaamheid en sobere pracht.

Het op school geleerde onderscheid tussen alluviaal en diluviaal bestaat uit meer dan die paar andere letters. Het is het verschil tussen een overbevolkt platland door de mens getekend naar meetkundig Mondriaan-model, en een stiller wereld die glooit en daalt als een ademend wezen; een wereld die tijdens de lange winterstilte, wanneer het touristenrumoer is verstomd, zwijgend ligt terug te peinzen naar zijn oorsprong tijdens de laatste en voorlaatste ijstijd tienduizenden jaren geleden.

In die ijstijden onstond de golvende pressierug die nog steeds omhoogglooit van Arnhem via Apeldoorn tot onder Zwolle. Als jochie van zeven jaar zag ik die voor het eerst toen een logeeroom mij afhaalde aan het station Apeldoorn. 1908: slechts een enkele rijkaard bezat toen al een auto. Oom stond op mij te wachten met een sjees, getrokken door een oude grijze merrie. Aan de voet van de Ugchelse Berg stond het ervaren paard stil, als teken voor de twee passagiers dat ze uit moesten stappen, want die vracht kon ze niet tegen de mulle zandhelling opzeulen. Voorbij een zwijgend bos van ernstige dennen en vlammende berken liep een holle weg door een golvende zandverstuiving. Aan de voet van een hoge zandheuvel stond het paard nog een keer stil: in een rond gat blonk water. De merrie dronk aan de wel, ik ook, uit geschulpte handen. Het water, koud in de schaduw van een brede eik, smaakte naar ijzer.

"We zijn er", zei oom. Hij keek op zijn horloge. "Drie uur vanaf het station, bij slecht weer reken ik op vier, en 's winters liggen we soms een paar weken ingesneeuwd. Hier begint Hoenderloo, luister maar."

Hanegekraai en blatende schapen in een wei die omlaagglooide naar een keuterboerderij met een plaggedak. Voor het huisje twee linden. "Weet je waarom?", zei oom. "Die weren de bliksem af."

Het lot kent wonderlijke spelingen. De keuterboerderij is verdwenen, maar de twee linden, nu anderhalve eeuw oud, zijn uitgegroeid tot een bladerwoud van 35 meter hoog. Ze beschaduwen de moestuin van het huis waar wij sinds 1954 wonen en waar onze kinderen zijn opgegroeid. Het dorp heeft nu 1600 inwoners, maar in de drie zomermaanden 10.000, vluchtelingen uit de stinkende randstad naar campings en bungalowparken. Naar het station Apeldoorn rijd ik in 20 minuten en na elke sneeuwval komt prompt de pekelwagen. 

De veranderingen in die tachtig jaar zijn talrijk maar blijven uiterlijk. Twee snelwegen snijden de Veluwe in vieren, maar op één kilometer van die zwarte kerven kan je bij mist zonder kompas verdwalen. Het lied "Op de grote stille heide" is weemoedige herinnering, want nu er niet meer wordt afgeplagd overwoekeren pijpestro en vliegden de paarse herfstpracht van vroeger. Dertig jaar geleden, in een lange sneeuwwinter, vraten hongerige reeën de toppen uit onze witbevroren boerenkool. Nu zijn de meeste Veluwedorpen uitgerasterd, en om edelherten en wilde varkens te beloeren gaan zomergasten op safari naar de omglaasde koepels van wildkansels.

Maar op een kwartier lopen van mijn huis ligt nog steeds de zandverstuiving uit mijn jeugd. Het is winter en de sneeuw is meer dan enkeldiep. Voorbij het wildraster zink ik duizenden jaren terug in de tijd. Door sneeuwdriften van een halve meter hoog snijdt mijn smalle skispoor de kronkelende prenten van voedsel zoekende wilde dieren: het huppelspoor van konijnen, het sluipspoor van kleine vosseklauwen, de diepe gaten van zware wilde varkens, de gespleten ovalen getekend door springende herten. De storm raast, de stuifsneeuw striemt mijn enkels. Na een uur volstrekte eenzaamheid ren ik terug langs mijn toestuivend spoor: teken van menselijke vergankelijkheid in een laatste rest van het "bijstere land", zoals de hele Veluwe vroeger terecht heette: nors, onverschillig, eenzaam, bar, verlaten. En juist daarom houd ik van dit land. 

A. den Doolaard

Gerelateerd

Miggelenbergweg 51 Hoenderloo
Hoenderloo Fair 2016

Reacties zijn welkom

Ik vind het leuk om reacties te krijgen, dus reageer gerust wanneer je vragen, opmerkingen of aanvullingen hebt. 

Reageren kan onder elk artikel