Skip to Content

Blogs

Bezoek aan Te Werve

Op 9 april 2005 bracht ik in gezelschap van Milja Spoelstra en Frans Wamsteeker een bezoek aan landgoed Te Werve in Rijswijk, thuishaven van de sport- en ontspanningsvereniging van de Koninklijke/Shell.Tijdens zijn jaren bij de Bataafse Petroleum Maatschappij (twintiger jaren) is A. den Doolaard lid geweest van Te Werve, en beoefende daar onder andere de atletieksport.

Wij werden gastvrij ontvangen door twee enthousiaste oud-employés van Shell, de heren B. Tent en C.J. Kort. Zij hadden zich goed voorbereid op onze komst, en hadden in de archieven van de vereniging een aantal verrassende vondsten gedaan. Tijdens een genoeglijk samenzijn in de voormalige orangerie van het landgoed bespraken wij onder het genot van een kop koffie onder andere:

  • de notulen van de oprichtingsvergadering van Clubhuis Te Werve (4 december 1922), waar onder andere BPM employé Spoelstra het woord voert (over de te kiezen kleuren van het verenigingswapen);
  • een mededeling in het verenigingsblad 'de Bron' waarin wordt gemeld dat dhr. Spoelstra zijn redacteurschap van het blad opgeeft in verband met het beëindigen van zijn dienstbetrekking bij de BPM per 1 augustus 1928;
  • een brief uit de jaren '60 waarin Milja tot haar grote verrassing het handschrift van haar moeder herkende. Deze brief van Wampie Spoelstra maakte onderdeel uit van een briefwisseling met de beheerder van het landgoed Te Werve, een oude sportkameraad van A. den Doolaard uit zijn BPM tijd.

Tijdens het gesprek bleek ook dat dhr Kort als vijftienjarige jongen bij Te Werve was aangenomen door dhr Rogman. Deze Rogman was de chef van den Doolaard toen deze in 1928 ontslag nam bij de BPM. In Ogen op de rug wordt hij omschreven als 'mijn humane chef Rogman'.

Na het gesprek kregen we tussen twee buien in een rondleiding. Uit de tentoongestelde voorwerpen in de duiventoren en de bijbehorende verhalen over de historie van Te Werve werd ons wel duidelijk dat we ons op historisch terrein bevonden. Eén voorbeeld hiervan: naar het schijnt heeft op huis Te Werve tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten de overdracht plaatsgevonden van een afkoopsom, waarmee werd voorkomen dat 's-Gravenhage werd geplunderd.

Tot slot kregen we als aandenken aan Te Werve het boekje Rondom de duiventoren, dat ter gelegenheid van het 75-jarige bestaan van Sport- en Ontspanningsvereniging Te Werve was uitgegeven. Op deze plaats wil ik de heren Tent en Kort nogmaals hartelijk danken voor het gastvrije onthaal op Te Werve. In het novembernummer van het ledenblad 'te werve nieuws' vond ik later nog een verslag van ons bezoek aan Te Werve onder de titel 'Spoelstra' (bijlage, pdf, pagina 5 en 6).

Landhuis

test

Gedistilleerde avonturen

Tot 15 mei 2005 is in Het Gedistilleerd Museum te Schiedam de tentoonstelling 'Innemende schrijvers' te bezoeken. Op deze tentoonstelling worden onder andere een aantal nummers van het blad RYNBENDE Blijmoedig maandblad tentoongesteld, het blad waar Herman de Man redacteur van was en waarvoor A. den Doolaard bijdragen schreef. Ik ben sinds kort in het bezit van een kopie van het nummer van 1 september 1929, met daarin Den Doolaards verhaal Avonturen met 1 kruik Rynbende. Naar andere nummers ben ik nog op zoek.

Meer informatie over drankenfabrikant Rijnbende en het blijmoedig maandblad op www.rynbende.com/

De Ongebreidelde Waarheid

In het Nationaal Archief in Den Haag stuitte ik onlangs op een opmerkelijke brief van den Doolaard aan minister-president Gerbrandy, waarin hij scherp protesteert tegen een poging hem de omgang met bepaalde personen te beletten. Hieronder volgt de letterlijke tekst van de brief (die in het Nationaal Archief te vinden is in het archief van de Ministeries AOK en AZ, Kabinet van de Minister-President, toegang 2.03.01, inventarisnummer 2260):

Londen, 9 December 1944

Excellentie,

Hedenmorgen deelde u mij mede, dat bepaalde personen mij kwalijk hadden genomen, dat ik te Heerlen gezien was in gezelschap van den Heer Exter, redacteur van "De Waarheid". Dit zou mij n.l. als "ambtenaar" niet passen.

Ik vind deze uiting ernstig genoeg, om U te verzoeken de personen van wie zij afkomstig is, te waarschuwen tegen de kwaaddenkendheid, welke zich op verdachte wijze beweegt in de richting van een Nederlansche politiestaat. Ik ben als mensch en als ambtenaar vrij om te verkeeren met elken Nederlandschen staatsburger; het is wel zeer merkwaardig, dat men mij niet kwalijk neemt, dat ik in Heerlen gezien ben in gezelschap van én den Heer Exter én een algemeen geacht hoofdingenieur der Staatsmijnen, die in mijn bijzijn den Heer Exter uitnoodigde om bij hem thuis bepaalde problemen te komen bespreken. Ik neem de vrijheid U, als Minister-President, er opmerkzaam op te maken, dat de bundeling der krachten in het Nederlandsche volk ten zeerste bedreigd wordt, indien symptomen, als hierboven vermeld, zich veelvuldiger zouden voordoen. Zou dit onverhoopt het geval zijn, dan bestaat er groot gevaar, dat een op het oogenblik nog goedwillend deel van het Nederlandsche volk nolens volens in de armen van het straat-communisme zal worden gedreven. Ik zelf zal de eerste zijn om dit te betreuren en te bestrijden, maar om uitwassen te bestrijden stel ik er prijs op even scherp te stellen, dat niets in de Grondwet, noch in het B.B.S.B. zich verzet tegen omgang tusschen staatsburgers, die op vrije voeten zijn. Ik zie in de uiting, die U mij overbracht dan ook een aantasting van mijn grondwettelijke rechten.

Indien men mij wenscht te beletten, dat ik ter informatie en gedachtenuitwisseling met bepaalde personen omga, dan wordt mijn werk bij Radio Oranje, voorzoover het de grenzen van nieuwsberichten en officieele communiqué's overschrijdt, onmogelijk. Ik wensch hard te werken voor "de stem van Strijdend Nederland", maar wensch niet te spreken als "de stem van Gebreideld Nederland".

Met de meeste hoogachting,
Uw dw. dr.,
(w.g. A. den Doolaard) 

Het vuistrecht in de kunst

Onder de kop Het vuistrecht in de kunst berichtte dagblad Het Vaderland op 28 oktober 1932 onder andere het volgende:

In 'De Gemeenschap' neemt A. den Doolaard het op voor Coster, aan wiens werk du Perron een uitvoerige studie wijdt in 'Forum'. Naar aanleiding van Costers proza heeft du Perron het over 'eties kwijl'. Dit is voor den Doolaard aanleiding het volgend schrikaanjagend dreigement de wereld in te slingeren: 'Indien du Perron verder nog eens over 'eties kwijl' spreekt, kan hij van mij een gratis pak slaag krijgen, franco thuis.

Uit de briefwisseling tussen Du Perron en Ter Braak blijkt dat Du Perron ervan overtuigd was dat Den Doolaard hem "een gesoigneerd pak slaag" zou verkopen, want in "iemand die Bob Spoelstra heet, van gletschers op muildieren glijdt en van muildieren zoonoodig in één run weer op zwaargeparfumeerde juffrouwen" zag hij een reëel gevaar.

Wacht Apeldoorn tot 2019 met A. den Doolaardstraat??

De commissie straatnaamgeving in Apeldoorn heeft  afwijzend gereageerd op het voorstel van D66 raadslid Martin Maassen om een straat te vernoemen naar de schrijver A. den Doolaard, die van 1954 tot zijn dood in 1994 in Hoenderloo woonde en werkte. Als reden voor deze afwijzing werd opgegeven dat een schrijver tenminste 25 jaar dood moet zijn, wil er een straat naar hem of haar vernoemd kunnen worden. Dit zou inhouden dat Hoenderloo tot 2019 moet wachten op een A. den Doolaardstraat...

Zouden ze in Apeldoorn soms nog niet weten dat Oud-Beijerland en Almere allang over een A. den Doolaardstraat beschikken?!?

Wordt vervolgd...

Syndicate content